Dankzij deze scholieren voelen LHBTQ+leerlingen zich veilig

Leerlingen die worden gepest of niet uit de kast durven komen, kunnen op het Hofstad Lyceum in Den Haag aankloppen bij de Gender & Sexuality Alliance. Dit groepje (voornamelijk hetero) leerlingen zet zich in voor acceptatie van álle medescholieren.

“Voordat ik uit de kast kwam, had ik twijfels: is het wel oké om niet hetero te zijn? Kan ik het op school vertellen? Omdat ik vroeger ben gepest, vond ik het eng om anders te zijn dan de rest”,
vertelt Sanam (15, vwo 4) in de hal van het Haagse Hofstad Lyceum. Boven haar prijkt de regenboogvlag, ernaast de landenvlaggen van bevriende buitenlandse scholen.

Dat er op school een Gender & Sexuality Alliance (GSA) was, gaf Sanam een steuntje in de rug. Ze lacht haar blokjesbeugel bloot: “Ik wilde er in de eerste klas al graag bij, maar durfde toen nog niet. Ik gedraag me soms jongensachtig en dan zou iedereen zeggen dat ik lesbisch ben.” Inmiddels is Sanam co-voorzitter van de GSA, die vijftien leden telt.

Acceptatie van álle leerlingen

Het groepje leerlingen zet zich in voor de acceptatie van álle leerlingen van het Hofstad Lyceum – met zo’n vijftig nationaliteiten een heel diverse school. Leerlingen die gepest worden, thuis of op school niet uit de kast durven komen of gewoon leuke mensen willen ontmoeten, mogen bij de GSA aankloppen.

De GSA’ers krijgen hulp van docent Maatschappijleer (tevens oud-leerling en homoseksuele man) Flemming van de Graaf en COC Nederland. Op school denken veel mensen dat de GSA daarom ‘een homoclubje’ is, maar lang niet alle leden zijn gay of queer. Bij navraag blijkt het merendeel zelfs hetero.We willen dat iedereen zichzelf kan zijn”, zegt Sharona (16, havo 5), een van de actiefste leden van de organisatie. Bij ons word je niet raar aangekeken om je mening. Vroeger durfde ik die nooit te geven. Ik was een beetje een meeloper”, geeft Sharona toe. Vooral van Jayh, een trans jongen en oud-GSA- lid, leerde ze zonder angst voor zichzelf op te komen.

Toleranter dan gewone scholen

Scholen met een GSA – in Nederland zijn dat er zo’n zevenhonderd – staan toleranter tegenover homoseksualiteit dan scholen zonder zo’n club, blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse Vanderbilt Universiteit. Er wordt minder gepest en álle leerlingen voelen zich er veiliger. De clubs zijn een trend die rond 2009 overwaaide uit de Verenigde Staten, waar rond 1980 de eerste GSA’s ontstonden – toen nog een afkorting voor ‘Gay-Straight Alliances’.

“Het is steeds gewoner om al op jonge leeftijd uit de kast te komen. Daardoor worden leerlingen steeds eerder geconfronteerd met discriminatie en pestgedrag”, zegt Laura Baams, universitair docent Pedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze onderzocht GSA’s in de Verenigde Staten en breidt het onderzoek nu uit naar Nederland. “Als het klimaat op school goed is, kan het ook een kans zijn voor jongeren om juist een hele positieve ervaring te hebben, zoals met de GSA’s.”

Alles uit de kast

Het is grote pauze en lokaal 1H5 is afgeladen met leerlingen die in groepjes aan (en op) tafels zitten. Voorovergebogen beschrijven ze kleine kaarten. Het is een nieuwe actie van de GSA: de complimentenweek. Iedereen mag langskomen en op een briefje iets positiefs voor een andere leerling of docent schrijven. Precies het tegenovergestelde van pesten, volgens de GSA-leden, die het idee zelf bedachten.

“Ik ben negen jaar lang gepest”, vertelt GSA-lid Kasia (18, havo 5). “Toen ik hier op school kwam, realiseerde ik me voor het eerst: je kunt ook níét gepest worden. Dat voelde fantastisch, daarom wil ik nu anderen helpen. Pesters weten maar tot op zekere hoogte wat ze aanrichten, de echte schade zien ze vaak niet.” De kaartjes gaan in een van de zeven schoenendozen (voor elk leerjaar één, plus de docenten) die zijn geverfd in de kleuren van de regenboog. De ruim tweeduizend complimenten die zijn verzameld, deelt de organisatie uit op de Dag van de Stilte. De GSAleden en andere leerlingen zijn dan twaalf uur lang stil om te voelen hoe het is om monddood gemaakt te worden door pesten. “Wij doen het maar twaalf uur, sommige mensen durven jarenlang niks te zeggen”, vertelt Maaike (13, havo 2).

‘Hé homo!’

De GSA op het Hofstad Lyceum trekt zo’n vijf keer per jaar alles uit de kast om bewustzijn te kweken onder medescholieren. September begint traditiegetrouw met de Week tegen Pesten, in oktober is er een Coming Out Day en de Tolerantieweek vindt plaats in november. Op de tweede vrijdag van december is het Paarse Vrijdag en in april, voordat de eindexamenleerlingen moeten blokken, is er nog de Dag van de Stilte.

Onder leiding van Kasia, die tot kortgeleden voorzitter was, won de GSA in december de John Blankensteinprijs, de jaarlijkse homo-emancipatieprijs van Den Haag. De jury: ‘Kasia en haar GSA onderscheiden zich door haar buitengewone inzet en moed, zowel tijdens als buiten school.’

Dat die inzet hard nodig is, blijkt uit een onderzoek van het COC in samenwerking met de Columbia Universiteit: een op de drie Nederlandse LHBTQ+leerlingen voelt zich door hun seksuele voorkeuren niet veilig op school. Op het Hofstad Lyceum is een aantal LHBTQ+-leerlingen dat niet bij de GSA durft uit angst voor stigmatisering, volgens de leden. Dat Sanam, Sharona, Kasia en Maaike hun hoofd boven het maaiveld durven uitsteken waar de meeste tieners het liefst normaal zijn, is best bijzonder. Voor henzelf lijkt het minder een big deal: ze maken zich zorgen om homofobie en willen opkomen voor mensen die gepest worden.

“Wat we gemeen hebben, is dat we willen dat iedereen lekker in z’n vel zit”, zegt Kasia. “Als mensen schelden met ‘homo’, ‘gay’, of ‘flikker’ vraag ik me af: heb je wel door wat je doet? Het valt gewoon onder pesten. Ik ben hetero, maar zelfs ik voel dan een steek in mijn hart.”

Volgens 80 procent van de Nederlandse LHBTQ+scholieren wordt ‘homo’ of ‘dat is echt gay’ denigrerend gebruikt door medeleerlingen. De GSA’ers van het Hofstad Lyceum merken dat het vooral in de onderbouw gebruikelijk is. “Ik ben zelf bi”, zegt Sanam. “Ik wist dat het niet over mij ging toen een jongen tijdens de sportdag naar een ander riep: ‘Hé homo!’, maar ik dacht toch: ‘Autsj’. Toen ben ik op hem afgestapt, en heb gewoon gevraagd: ‘Waarom scheld je hem eigenlijk uit voor homo? Is het slecht om homo te zijn?’ Hij had er nog nooit over nagedacht.”

“‘Homo’ is een makkelijke term om gedrag van jongens af te straffen dat ook maar enigszins afwijkt van de maatschappelijk normen voor mannelijkheid”, zegt GSA-onderzoeker Baams. Denk aan bepaalde hobby’s, of een manier van lopen of praten. Bij meisjes is gedrag dat niet ‘past’ bij hun gender meestal meer geaccepteerd, ziet Baams, “zoals meisjes die voetballen, geen make-up dragen of kort haar hebben.”

Toch voelen de GSA-leden ook druk om er meisjesachtig uit te zien. “Ik kom weleens in een trainingspak naar school. Mijn klasgenoten vinden dat dat eigenlijk niet kan voor een meisje, terwijl het voor jongens wel oké is”, zegt Maaike. De anderen zuchten. “Zoveel stereotypes, alleen al over kleding!”, zegt Sharona, die het liefst hoodies draagt met superhelden van Marvel Comics erop. Kasia: “Sommige klasgenoten denken gelijk dat je trans bent, of lesbisch of homo, als je kleren draagt die voor het andere geslacht ‘bedoeld’ zijn.”

Echt respect

Dat de GSA op het Hofstad Lyceum het zo goed doet, is deels te danken aan de docenten en de directie, die pal achter ze staan. Dat is weleens anders: zo verbood een middelbare school in de Amerikaanse staat Utah in de jaren ’90 álle schoolclubjes, om te voorkomen dat de GSA-leden bij elkaar konden komen. “Als ouders bij de schoolleiding van het Hofstad Lyceum aankloppen omdat ze de acties van de GSA vervelend vinden, wordt ze verteld dat ze vrij zijn om een andere school te kiezen”, zegt Geert-Jan Edelenbosch, projectleider jongeren en onderwijs bij COC Nederland. Op Paarse Vrijdag zijn alle docenten gekleed in de afgesproken kleur. En met de Dag van de Stilte doet zelfs een aantal docenten mee. “Meneer Van de Vijver schreef al zijn uitleg op het bord. Echt respect”, zegt Maaike.

Ook Sanam ziet het rooskleurig: “Als ik ons vergelijk met hoe mijn ouders opgroeiden, dan is er een wereld van verschil. Zij kregen te maken met mensen die hun ouderlijk huis uitgegooid werden wegens hun seksuele voorkeuren. Voor ons zijn LHBTQ+’ers overal: op school, op tv, op sociale media. Het taboe is er wel af. Het is nog steeds lastig, soms hoor ik gegiechel als ik langsloop, maar homoseksualiteit wordt al veel meer geaccepteerd dan vroeger. Als we nog een tijdje zo doorgaan, komt het wel goed.”

Lisa Peters

OneWorld Magazine, mei 2019

Lees het volledige artikel hier.