‘Ik verstop mijn homoseksualiteit nog steeds’

Musa Assaïd (32), homoseksueel uit Oeganda, voer zaterag tijdens de Canal Parade mee op de vluchtelingenboot. ‘Ik voel me zo slecht behandeld in Nederland.’

LISA PETERS

Voor de homoseksuele Musa Assaïd uit Oeganda bracht Nederland niet de verlossing waarop hij had gehoopt: tweemaal werd hij achter de tralies gezet in een detentiecentrum en tweemaal werd zijn asielaanvraag afgewezen. “Toen ik aankwam in Nederland in 2006, wist ik niets van dit land. Een vriend had mijn ticket geboekt, toevallig naar Amsterdam.”

Assaïd (32) voer zaterdag tijdens de Canal Parade mee op de vluchtelingenboot waarmee aandacht werd gevraagd voor homoseksuele vluchtelingen in Nederland. “In mijn eerste gesprekken met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heb ik niets gezegd over mijn homoseksualiteit, want ik dacht dat dan hetzelfde zou gebeuren als in Oeganda,” zegt hij. “Dat land was ik juist om die reden ontvlucht. Ik was bang en hield mijn mond.”

Toen hij op Schiphol landde, werd Assaïd gelijk in het detentiecentrum in Zeist geplaatst. “Het is een gevangenis. Ook daar hield ik mijn homoseksualiteit geheim. Mijn Somalische kamergenoot zou het niet geaccepteerd hebben en ik was bang dat het medische personeel het aan de politie zou vertellen.” Uiteindelijk zat hij zeven maanden in Zeist en vijf jaar in diverse asielzoekerscentra.

Assaïd wist op zijn twaalfde al dat hij op jongens viel. Op zijn zeventiende werd hij betrapt met een andere jongen op zijn school in Kampala, de hoofdstad van Oeganda. Direct werd Assaïd van school getrapt en door zijn ouders uit huis gezet. Hij leidde een zwervend bestaan door het hele land. Totdat hij met behulp van vrienden, een vals paspoort en veel omkoperij op het vliegtuig naar Amsterdam kon stappen.

Zijn eerste asielaanvraag werd afgewezen. “Toen ik mijn tweede asielaanvraag indiende, zei de IND: ‘Je bent homo? Waarom heb je dat niet eerder gezegd?’ Ze stelden vreemde vragen als ‘Wat voor kleren dragen homoseksuelen?’ De tolk, die mijn Luganda naar het Nederlands vertaalde, was een Oegandese vrouw. Dat vond ik lastig, omdat ik wist dat ze alles wat ik zei, aan de Oegandese gemeenschap hier zou vertellen. De IND wees mijn asielaanvraag uiteindelijk af omdat ik niet eerder over mijn homoseksualiteit had verteld.”

“Ik ben in hoger beroep gegaan tegen de afwijzing en wacht nu al twee maanden op de uitspraak. Ik voel me zo slecht behandeld in Nederland. Waarom gooiden ze me zomaar in de gevangenis, zonder dat ik iets fout had gedaan? Ik verstop mijn seksualiteit nog steeds. Ik hoop dat mijn asielaanvraag wordt geaccepteerd en dat ik bescherming krijg. Pas dan kan mijn leven beginnen.”

Musa Assaïd is om veiligheidsredenen een gefingeerde naam.

Het Parool, 3 augustus 2015