Pinkwashing: een roze missie met een verborgen agenda

De emancipatie van homo’s en vrouwen is de trots van veel westerse landen. De gay pride, het homohuwelijk en gendergelijkheid staan er hoog in het vaandel. Maar achter de regenboogvlag schuilt een ander kleurrijk probleem.

Afgetrainde en gebruinde mannen hangen op de foto met een glaasje champagne rondom het zwembad. Eronder een kiekje van de mannen in de woestijn, speels zittend op een kameel. De website van ‘OUTstanding Travel’ windt er geen doekjes om: Israël is een walhalla voor de kosmopolitische homoman met geld.

Dat was niet altijd het geval. Israël kampte namelijk met een imagoprobleem. Een marketingstudie had uitgewezen dat jonge Amerikanen het land vooral zagen als ‘militaristisch’, ‘religieus’, en in ‘oorlog’. De oplossing daarvoor was een grootscheepse propagandacampagne – Brand Israel genaamd – die vanaf 2005 het land zou heruitvinden, van hopeloos conflictgebied naar de ideale homovakantiebestemming.

Een roze rookgordijn

Daarmee maakt Israël zich schuldig aan pinkwashing, volgens activisten en academici, waarmee het de bezetting van Palestina rechtvaardigt. Pinkwashing is het presenteren van een roze agenda als rookgordijn, waardoor een andere rechtenschending aan het zicht wordt onttrokken.

Lips. Foto: Flickr CC

Lips. Foto: Flickr CC

Anders dan bij witwassen en greenwashing, worden bij pinkwashing de rechten van vrouwen en de LHBT-gemeenschap ingezet. ‘Pinkwashing is ook wel het toe-eigenen van progressieve seksuele en feministische verworvenheden voor een nationalistische agenda,’ zegt Paul Mepschen, docent antropologie aan de Universiteit Leiden.

Israël is niet de enige die aan pinkwashing doet. Wie lieten er nog meer een rode sok achter in de witte was?

Wapperen met een regenboogvlag

De term pinkwashing viel voor het eerst in 2003. In de strijd tegen borstkanker gingen producten met pink ribbons in de Verenigde Staten als warme broodjes over de toonbank. Maar niet alle bedrijven die hun koopwaar versierden met roze strikken doneerden een (eerlijk) deel van de opbrengst aan borstkankeronderzoek. Zoals de roze Eureka-stofzuiger van 200 dollar, waarvan slechts één dollar naar het goede doel ging. Sommige Pink Ribbon-bedrijven zouden zelfs schadelijke stoffen produceren die juist borstkanker veroorzaken. De organisatie Breast Cancer Action verweet hen de strijd tegen borstkanker in te zetten als marketingtechniek; pinkwashing was geboren.

Sindsdien heeft het woord er een tweede betekenis bijgekregen: het misbruiken van seksuele rechten – zoals in Israël het geval is. Zo regende het vanuit allerlei windrichtingen felle kritiek op de homofobie in Rusland tijdens de Olympische Winterspelen. Geheel onterecht, als het aan de Britse feminist en columnist Laurie Penny ligt. ‘Terwijl westerse naties hun regenboogvlag uitdagend in Ruslands gezicht wapperen, worden lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen, op zoek naar veiligheid, lastiggevallen en mishandeld bij hun eigen grensposten,’ schrijft ze in The Guardian.

background-98053

Ook Nederland is niet gevrijwaard van de roze fraude. Afgelopen januari deelde Geert Wilders in Spijkenisse (nep)pepperspray uit, om ‘onze vrouwen’ te beschermen tegen Islamitische ‘testosteronbommen.’ Maar vorig jaar stemde zijn partij in de Tweede Kamer nog tégen een wetsvoorstel dat geweld tegen vrouwen aan de kaak stelde. ‘Wilders racist, geen feminist,’ stond er op een van de affiches van de groep Feministen in Verzet, die tegen de actie van de PVV-leider protesteerden.

Een likje roze verf

Het inzetten van een roze agenda voor andere doeleinden zag Paul Mepschen voor het eerst bij Pim Fortuyn. ‘Fortuyn noemde moslims achterlijk en wilde niet opnieuw beginnen met de homo-emancipatie,’ zegt Mepschen. Voor hem is pinkwashing een onderdeel van seksueel nationalisme – wanneer seksuele vrijheid een prominent plekje krijgt in de nationale identiteit. ‘De Nederlander wordt daarin neergezet als homotolerant, lijnrecht tegenover de moslim die homofoob, conservatief en backwards zou zijn,’ legt Mepschen uit.

Het probleem met pinkwashing is dat er vaak een etniciteit op geplakt wordt. ‘Homoseksualiteit wordt dan gekoppeld aan wit-zijn en de homofoob is bruin, zwart of moslim,’ zegt Mepschen. Het werkt racisme in de hand, want een hele groep mensen wordt met dit stereotype in één klap weggezet als niet écht Nederlands.

Een roze likje verf is een aantrekkelijke manier om een anti-immigratieagenda wat kleur te geven. Net als de PVV keren het Duitse Pegida en het Franse Front National zich tegen de buitenlander. De vrouw en de homo worden op een voetstuk gehesen, ver en veilig van de vluchtelingen op de grond. Maar: ‘Het is de verkeerde oplossing voor een reële problematiek,’ zegt Mepschen.

Slechts een versimpeling

En dat is slechts een versimpeling van de o zo complexe werkelijkheid. Want is er wel zoiets als écht Nederlands? Toen de ‘draconische’ antihomowet in Oeganda werd voorgesteld, stond Nederland op zijn achterste benen. En terecht. De ontwikkelingshulp werd deels opgeschort en homoseksuele asielzoekers konden een verblijfsvergunning krijgen. Maar al snel bleek dat het ook hier niet alleen maar koek en ei is met de homo-emancipatie. Het Oegandese stel John en David vertellen in de Leeuwarder Courant geweigerd te zijn bij een kerk in Sneek, vanwege hun seksualiteit. ‘De voorganger vroeg ons hoe we zoiets onchristelijks konden doen.’

Wat kunnen we tegen pinkwashing doen? Het is het enige moment in het gesprek dat Mepschen even stilvalt. Dan: ‘We moeten van die etnische bril af.’ Niet alleen door het debat aan te gaan, maar ook door actie te voeren. Want met die prachtige roze verf en vrolijke regenboogvlag worden anderen in het verdomhoekje geplaatst.

En in Israël? Daar dobberen de toeristen rustig door op de Dode Zee. Zich van geen kwaad bewust.

Lees het originele artikel hier.

OneWorld, 1 mei 2016