Voor het geval dat

Een derde van de Amsterdamse vrouwen heeft ervaring met intimidatie op straat. Wapens zijn verboden, maar met een sleutelbos of spuitbus deo kun je jezelf ook verdedigen.

TEKST LISA PETERS FOTOGRAFIE IRIS BERGMAN

‘Als ik niemand zie, ga ik gewoon gillen’
Djuna Couvee (24)
kunstenaar en filisoof, Zuid

“Ik draag geen wapen bij me, straks wordt het nog tegen me gebruikt. Ik zou er ook niet mee kunnen leven iemand iets te hebben aangedaan, hoe vervelend die persoon ook is. Hulp van een ander vinden is veel verstandiger, dat heb ik al een paar keer gedaan
Laat op de avond werd ik een keer gevolgd in Oud-West. Ik was bang en ging op zoek naar iemand op straat die me kon helpen. ‘Hey Willem,’ riep ik toen ik een man zag, alsof ik hem kende. De man reageerde en ik liep een stukje met hem mee. Als ik niemand anders op straat zie, ga ik gewoon gillen.
Niet alleen vrouwen voelen zich vaak geïntimideerd op straat, ook transgenders en homoseksuelen. Mijn heterovrienden denken hier niet over na, omdat het geen probleem voor ze vormt.”

Voor het geval dat 3

‘Dan spuit ik deodorant in zijn gezicht’
Froukje de Jong (26)
student fotografie, Hilversum

“Ik woon in een donkere steeg. Op weg naar huis moet ik een paar hoeken om, een trapje op en dan pas ben ik bij de voordeur. Ik weet niet of iemand zich om de hoek verstopt heeft. Soms loop ik door de steeg en denk ik: ik ben best kwetsbaar.
Ik ben zelf niet angstig, maar mijn moeder wel. Toen ik klein was, zei ze altijd dat als een man iets van me wilde, ik hem gewoon tussen z’n benen moest schoppen. Je moet jezelf niet zo gek laten maken dat je niet meer naar buiten durft, of dat je gaat rennen als je je onveilig voelt, maar het is belangrijk er bewust van te zijn dat er iets kan gebeuren.
Ik heb altijd een spuitbus deodorant bij me, die kan ik in iemands gezicht spuiten. Ik moet de spuitbus wel eerst uit mijn tas halen.”

Voor het geval dat 4

‘Ik kan mijn sleutels als boksbeugel gebruiken’
Robin Hogervorst (22)
company manager DG theater, Noord

“Midden in de nacht liep ik van de Rozengracht naar de Jordaan. Er was niemand op straat, maar ik voelde me er toch veilig omdat ik in de Jordaan ben geboren. Tot ik doorkreeg dat ik werd gevolgd. Een man liep met me mee en stelde me vragen als: ‘Waar kom je vandaan?’ In mijn jaszak omklemde ik met mijn hand m’n sleutels. Ik kan ze als boksbeugel gebruiken als iemand me aanvalt, met tussen elke vinger een sleutel.
Het kan heel vervelend zijn om als meisje ’s nachts alleen door de stad te lopen. Verlaten plekken vind ik het engst. Uiteindelijk heb ik de man afgeschud, ik had al drie rondjes om mijn huis gelopen. Als er altijd overal mensen op straat zouden zijn, zou ik me niet meer onveilig voelen.”

voor het geval dat 5

‘Een kettingslot is toch een zwaar ding’
Matrija Veenhuysen (40)
Amsterdam Yard Sale, Oost

“Als ik een man was, zou het anders zijn. Vrouwen worden veel vaker uitgedaagd op straat. Er zijn vaak mannen die zeggen: ‘Hé schatje, mag ik met je mee naar huis?’ Mijn tactiek? Gewoon negeren, geen oogcontact, niet reageren. Ik voel me ’s nachts niet echt onveilig, maar ik woon in Zeeburg, en als ik aan het eind van de Czaar Peter-straat door de tunnel ga, denk ik wel: er is echt helemaal niets hier. Dan ben ik op m’n hoede.
Sinds ik moeder ben, is dat gevoel erger geworden, ik ben voorzichtiger nu. Mijn dochtertje is vijf en ik moet mezelf beschermen, omdat ik verantwoordelijk ben voor haar. Dit kettingslot hangt ’s nachts aan mijn stuur. Iemand die mij aanvalt, krijgt eerst een dreigende blik. Het is toch een zwaar ding.”

Het Parool, 15 juli 2015